Peer-reviewed vergelijking onder klinisch relevante omstandigheden
Vergelijkende tests in een gesimuleerde thoraxholte toonden duidelijke prestatieverschillen aan tussen verschillende methoden voor CO₂-toevoer. Onder de geteste omstandigheden creëerde CarbonAid® in de meeste gevallen een atmosfeer die voor 100% uit CO₂ bestond, terwijl andere apparaten gemakkelijker werden verstoord en meer vermenging met omgevingslucht toelieten.
Uit het onderzoek bleek dat CO₂-vulling wordt beïnvloed door het debiet, de geometrie van het apparaat, de positionering en verstoring van de atmosfeer in de holte. Lagere debieten waren over het algemeen onvoldoende; voor effectieve vulling waren klinisch relevante debieten van 7–10 SLPM vereist.
De auteurs merken verder op dat een 100% CO₂-atmosfeer de meest zekere manier is om luchtembolieën te voorkomen. In deze context is het vermogen om onder praktische omstandigheden een bijna volledige CO₂-verzadiging te handhaven zeer relevant.
CarbonAid® werd geïdentificeerd als de meest robuuste optie binnen het relevante debietbereik, terwijl CarbonMini® acceptabel bleef bij 7 en 10 SLPM, wat het gebruik ervan ondersteunt wanneer een kleiner diffusorformaat vereist is.
Gebaseerd op de praktische interpretatie door de auteurs van vergelijkende bevindingen met betrekking tot stijgtijd en maximale concentratie in een rechthoekig thoraxmodel. Zie Vandenberghe et al., J Thorac Cardiovasc Surg. 2020;159(3):958–968, met name Figuur 7, Tabel 3 en de Discussie.